Skal Biocontrole
Skal Biocontrole
Skal Biocontrole 2
Skal Biocontrole 2
Skal Biocontrole 3
Skal Biocontrole 3

Ook ik sta achter biologisch

Margreet van Brakel, Directeur - 1 August 2016

Margreet van Brakel

Ik sta volledig achter biologisch. Dat is de belangrijkste reden waarom ik directeur ben geworden van Skal Biocontrole, de toezichthouder op de biologische sector in Nederland.
Biologisch is veel meer dan alleen maar de wetgeving waarop wij controleren. De wetgeving is ontstaan om het gedachtegoed van de biologische sector te borgen. Om de consument zekerheden te geven. De consument verwacht terecht veel van de kwaliteit van biologische producten.

Biologische landbouw staat voor de gezondheid van bodem, plant, dier en mens en is een productiemethode met respect voor ecologische systemen.
Biologische landbouw is dan ook veel meer dan alleen het weglaten van landbouwchemicaliën zoals kunstmest en chemisch-synthetische bestrijdingsmiddelen. Soms wordt door consumenten “biologisch” als synoniem gezien voor “residuvrij”. Daarin moet ik consumenten teleurstellen:  biologische producten kunnen -ondanks alle voorzorgsmaatregelen van boeren en handel- besmet worden door gangbare (niet-biologische) producten en bevatten daarom wel eens sporen van residuen. Veel minder vaak en lagere concentraties dan “gewone” producten, maar alles 100% residuvrij is een illusie in een wereld waar zoveel kunstmest en bestrijdingsmiddelen worden gebruikt.
Wanneer er residuen gevonden worden in een biologisch product, moet een biologisch bedrijf dit direct aan ons melden en starten we samen een onderzoek naar de oorzaak. Wanneer het de ondernemer niet te verwijten is dat het residu in een product terecht is gekomen, bijvoorbeeld via grondwater of via het spuiten van de gangbare buurboer, decertificeren wij het product niet. Wanneer de gevonden waarden duiden op actief gebruik van niet-toegestane bestrijdingsmiddelen, decertificeren wij de partij meteen.

probeerselDat er wel eens residuen gevonden worden, doet voor mij niets af aan de waarde van biologisch . Die waarde bestaat voor mij uit de hele landbouwmethode die dicht bij de natuur staat.  De wetgeving voor biologische productie neemt in Overweging 1 van de Verordening (EG) Nr. 834/2007 trouwens  expliciet de voorkeur van consumenten zoals ik voor een natuurlijk product mee.

De consument moet erop kunnen vertrouwen dat het biologisch product ook daadwerkelijk is wat het claimt te zijn. En dat die claim binnen de EU hetzelfde wordt waargemaakt. Een biologische appelteler in Nederland moet aan dezelfde eisen voldoen als een biologische appelteler in bijvoorbeeld Slowakije, waardoor de appel uit beide landen authentiek biologisch is. We hebben immers één interne markt.
In de praktijk willen de interpretaties van de biologische wetgeving nog wel eens verschillen tussen landen. Het afstemmen van die nationale interpretaties heeft mijn volle aandacht. In de samenwerking met andere controle-organisaties en autoriteiten om meer te harmoniseren ligt een verbeterkans voor de komende jaren.  


Als directeur weet ik dat de wetgeving niet de oplossing is voor alles en het is ook zéker niet de inspiratiebron van biologische ondernemers. Desalniettemin sta ik volledig achter het bestaan van de Europese biologische wetgeving en de daaruit voortkomende controles en certificering. Een biologisch product is daardoor niet alleen een natuurlijk product, maar ook een goed gecontroleerd product. Dat vind ik als consument én als directeur een geruststellende gedachte.