Uitgangsmateriaal
Uitgangsmateriaal

Biologisch uitgangsmateriaal

U moet biologisch uitgangsmateriaal gebruiken. Of dit beschikbaar is kunt u nagaan op de databank van NAKtuinbouw: www.biodatabase.nl.

Op de databank vindt u de indeling van gewassen in 3 categorieën, de nationale annex: 

  • Categorie 1: gewassen die hierin vallen zijn biologisch beschikbaar en moet u altijd biologisch gebruiken.
  • Categorie 2: van deze gewassen zijn niet alle rassen biologisch beschikbaar, voor de niet beschikbare rassen kunt u ontheffing aanvragen
  • Categorie 3: voor deze gewassen geldt een algemene ontheffing. Van deze gewassen is geen biologisch uitgangsmateriaal beschikbaar.

U moet altijd een door ons goedgekeurde ontheffing hebben voor gewassen van categorie 2 voordat u gaat zaaien of poten. Het gangbare uitgangsmateriaal mag nooit ontsmet (behandeld met gewasbeschermingsmiddelen) zijn. Plantgoed (jonge planten opgekweekt uit zaaizaad) moet altijd biologisch zijn.
Wanneer u gangbaar uitgangsmateriaal gebruikt dan geldt hiervoor een omschakelperiode. Voor de teelt in biologische grond geldt het volgende: voor één- en tweejarige gewassen geldt dat u na één teeltseizoen de oogst als biologisch mag aanduiden. Voor overblijvende gewassen geldt dat na twee teeltseizoenen de oogst als biologisch mag worden aangeduid.

Wat zijn de voorwaarden voor vermeerdering voor de biologische teelt?
Zaaizaad of vegatief teeltmateriaal (bijvoorbeeld pootgoed, stekken en enten) voor de biologische teelt produceert u altijd in biologische grond. Het zaad of het pootgoed waaruit de moederplant of uitgangsplant groeit mag gangbaar, niet ontsmet zijn. U hoeft hiervoor geen ontheffing aan te vragen.